Elektrisch rijden verhoogt autogebruik vooral buiten de spits

Elektrische auto’s zijn schoner en goedkoper in gebruik dan auto’s met een verbrandingsmotor. Daarmee leveren ze een belangrijke bijdrage aan klimaat- en luchtkwaliteitsdoelen. De vraag is echter of deze voordelen ook leiden tot ander reisgedrag. Onderzoek van het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving laat zien dat dit slechts beperkt het geval is. De overstap naar elektrisch rijden gaat juist gepaard met een toename van het autogebruik.
Het onderzoek is gebaseerd op microdata over Nederlandse huishoudens waarin het reisgedrag in de periode vóór en na de aanschaf van een elektrische auto wordt vergeleken. Door huishoudens door de tijd te volgen, kunnen veranderingen in het aantal gereden kilometers en het type verplaatsingen worden gekoppeld aan de overstap naar elektrisch rijden. Daarbij is gekeken naar verschillen naar reismoment, reisdoel en type rit, zoals woon-werkverkeer, recreatieve verplaatsingen en weekendritten. Deze aanpak maakt het mogelijk om niet alleen het niveau van autogebruik te beschrijven, maar ook te analyseren waar en wanneer veranderingen optreden.
Huishoudens die een elektrische auto aanschaffen, leggen na die overstap meer autokilometers af dan daarvoor. Deze toename wordt vooral verklaard door de lagere gebruikskosten van elektrisch rijden en door de perceptie dat autoritten minder milieubelastend zijn. Daardoor neemt de drempel om de auto te gebruiken af.
Meer kilometers, maar niet in de spits
De extra autokilometers concentreren zich niet in het woon-werkverkeer of tijdens de reguliere spitsuren. De groei vindt vooral plaats buiten de spits en in het weekend. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om langere ritten, bijvoorbeeld voor recreatie of bezoek, en niet om een groter aantal korte verplaatsingen. Dit betekent dat de extra verkeersdruk zich minder manifesteert op momenten waarop het netwerk al zwaar belast is.
Het onderzoek laat geen aanwijzingen zien dat elektrisch rijden leidt tot verdringing van verplaatsingen per fiets of te voet. Het aandeel actieve mobiliteit blijft na de overstap naar een elektrische auto in grote lijnen gelijk. Ook het gebruik van het openbaar vervoer verandert niet structureel.
Figuur: Effect van EV-adoptie op reisgedrag, uitgesplitst naar vervoerswijze. De figuur laat zien dat de toename bij autogebruik vooral zit in de afgelegde afstand, terwijl veranderingen bij fiets en lopen beperkt zijn.

Maatschappelijke kosten veranderen nauwelijks
Hoewel elektrisch rijden de uitstoot van CO₂ en luchtverontreinigende stoffen vermindert, blijven andere maatschappelijke kosten van autogebruik bestaan. Elektrische auto’s dragen net als conventionele auto’s bij aan files, verkeersveiligheidsrisico’s en slijtage van infrastructuur. Deze effecten hangen niet samen met de aandrijflijn, maar met het aantal gereden kilometers en met waar en wanneer er wordt gereden.
De analyse maakt duidelijk dat elektrificatie van het wagenpark geen oplossing is voor deze bredere mobiliteitsvraagstukken. Zolang het autogebruik toeneemt, blijven ook de bijbehorende maatschappelijke kosten bestaan.
Implicaties voor beleid
De resultaten laten zien dat stimulering van elektrisch rijden op zichzelf onvoldoende is om het autogebruik terug te dringen. Wie inzet op het beperken van maatschappelijke kosten van mobiliteit zal aanvullende maatregelen moeten overwegen. In het onderzoek worden prijsprikkels genoemd die rekening houden met tijd en plaats van gebruik, evenals investeringen in fiets- en openbaarvervoerinfrastructuur.
Elektrisch rijden levert milieuwinst op, maar verandert het reisgedrag niet fundamenteel. Zonder aanvullend beleid blijft de auto, ook in elektrische vorm, een dominante rol spelen in het dagelijkse mobiliteitssysteem.
Bron: Planbureau voor de Leefomgeving
Alle artikelen
